Welkom bij deel drie van deze blogreeks over het Behavior Change Model. Je hebt goed werk geleverd. In de vorige blogs hebben we de basis gelegd: een heldere doelanalyse en een rijk psychologisch landschap. Dit heeft veel inzichten opgeleverd. Maar je kunt niet op alles tegelijk schieten. Dus: welke factor raakt doel? Waar zit de sleutel? Tijd voor de landschapscheck: ontdekken welke factoren kloppen, en welke je gerust kunt laten vallen. 

Van vermoeden naar zekerheid

De landschapscheck is het moment waarop je stopt met aannames stapelen en begint met toetsen. Je gaat na welke gedragsbepalers er écht toe doen voor jouw doelgedrag. Niet door nóg een gesprek te voeren, maar door te meten. 

Het doel is tweeledig: bepalen welke gedragsbepalers het sterkst samenhangen met het gedrag, én kiezen welke daarvan kansrijk zijn om op te interveniëren. Het eindproduct is geen lange waslijst meer, maar een scherpe selectie: jouw kernbepalers. 

Wat maakt een vraag goed?

De meeste landschapschecks gebeuren via een vragenlijst. Klinkt simpel, en dat kan het ook zijn als je vragen goed zijn. Want een scherpe vraag levert scherpe data op. Daarom verdient vraagontwerp aandacht. 

Een goede vraag is helder en concreet. Niet: "Vindt u digitaal archiveren belangrijk?" maar: "Ik vind het belangrijk dat mijn dossiers digitaal toegankelijk zijn voor collega's." Zo meet je niet wat mensen denken dat ze móeten antwoorden, maar wat ze écht vinden. 

Meerdere vragen per gedragsbepaler

Meet abstracte concepten zoals vertrouwen, motivatie of sociale norm niet met één enkele vraag. Gebruik meerdere items die samen een vollediger beeld geven. Voor "sociale norm rondom archiveren" kun je bijvoorbeeld vragen: 

  • "Mijn collega's vinden het normaal om direct te archiveren" 

  • "In mijn team wordt het gewaardeerd als je je dossiers op orde hebt" 

  • "Ik merk dat collega's elkaar aanspreken op archiveren" 

Dit maakt je meting robuuster en voorkomt dat één ongelukkig geformuleerde vraag je conclusies verstoort. 

Je kunt ook putten uit bestaand werk. Wetenschappers hebben voor veel gedragsbepalers al vragenlijsten ontwikkeld en gevalideerd. Zoek ze op in de literatuur en pas ze toe. 

Waar let je nog meer op?

Stem je taal af op de doelgroep. Gebruik jargon alleen als iedereen het kent. Test je vragenlijst bij een paar mensen uit de doelgroep voordat je hem verstuurt. En houd hem kort: liever 15 doordachte vragen dan 40 vragen waar mensen doorheen klikken. 

Van data naar kernbepalers

Als de vragenlijst is ingevuld, heb je kwantitatieve data. De data bereid je voor in Excel en analyseer je met een tool als JASP of SPSS. Via een correlatieanalyse breng je de statistische relaties in kaart: welke gedragsbepalers hangen samen met het doelgedrag? En hoe sterk is die relatie? 

Dit klinkt technisch, en dat is het ook. Wil je zelf aan de slag met correlatieanalyse in JASP? Er zijn online veel tutorials te vinden die je stap-voor-stap door het proces leiden. De analyse laat zien waar patronen zitten: welke factoren vertonen een duidelijk verband? Waar zitten de grootste verschillen tussen mensen die het gedrag wél en níet vertonen? 

Maar cijfers alleen zijn niet genoeg. De kunst zit in het combineren van deze drie perspectieven: 

1. Wat laten de resultaten zien? 
Welke gedragsbepalers vertonen een duidelijk verband met het doelgedrag? Dit geeft je richting, maar nog geen definitief antwoord. 

2. Wat zegt de theorie? 
Bevestigt wetenschappelijke literatuur je bevindingen? Zijn er vergelijkbare trajecten waar bepaalde factoren wel of juist niet werkten? Theorie helpt om je data te duiden. 

3. Wat is haalbaar? 
Kun je deze gedragsbepaler beïnvloeden met een interventie? Heb je de middelen, tijd en het draagvlak? Een sterke correlatie zonder veranderbaarheid brengt je niet verder. 

Durf te schrappen

Deze fase vraagt lef. Want kiezen betekent ook loslaten. Sommige gedragsbepalers blijken minder relevant, andere zijn niet te beïnvloeden, weer andere passen niet binnen je budget. Wees eerlijk over wat je laat liggen. Beter één gedragsbepaler goed aangepakt dan vijf halfslachtig. 

Wat levert het op?

Begin met het ontwerpen van je vragenlijst. Kies per gedragsbepaler uit je landschapsanalyse 3-4 concrete vragen. Aan het eind van deze fase heb je een compacte lijst: jouw kernbepalers. Niet willekeurig gekozen, maar bewust geselecteerd op basis van bewijs, theorie en haalbaarheid. Met deze kernbepalers kun je de volgende stap zetten: het ontwerpen van interventies die écht aansluiten bij wat mensen drijft of tegenhoudt. Meer daarover in de volgende blog. 

Meer leren over hoe je leiding geeft aan gedragsverandering? Bekijk dan ons volledige leeraanbod rondom gedragsverandering